Diensten
Advocaat Ward Van Loo
helpt u graag verder met:
• Familierecht
• Invorderingen - Incassodiensten
• Arbeidsrecht
• Letselschade
• Handelsrecht
• ICT Recht
• Bemiddeling
Bron: Advocaat Luc de Somer
Deze tekst is overgenomen van een les die advocaat Luc De Somer heeft gegeven over de afhandeling van een dossier letselschade voor de advocaten. In het kader van opleiding stagiairs en permanente vorming.
“ BEKNOPT OVERZICHT LES GEGEVEN OVER SCHADE”
Dit overzicht heeft de bedoeling om summier de voornaamste gegevens mede te delen dewelke moeten in acht genomen worden bij een vordering hoofdens schade, hetzij voor een strafrechtbank, hetzij voor een burgerlijke rechtbank.
Door zijn beknoptheid kan het zijn dat dit overzicht onnauwkeurig is.
Er wordt achteraan evenwel verwezen naar een aantal artikels dewelke aanvullende kunnen geraadpleegd worden.
Het overzicht volgt grotendeels de indeling van de nota’s die moeten neergelegd worden voor de strafrechter bij gelegenheid van een burgerlijke partijstelling.
1. Ongeval met enkel materiële schade
A. Herstellingkosten
1. expertiseverslag
Ofwel is het voertuig van het slachtoffer nog herstelbaar, en dan wordt het in het expertieverslag vermelde bedrag nodig voor de herstelling gevorderd.
De meeste expertiseverslagen voorzien nog een dubbele raming.
Een lager bedrag wordt voorzien voorzover het slachtoffer zijn voertuig niet laat herstellen, of bij een andere garage.
Als slachtoffer dient steeds het hoogste bedrag gevorderd te worden.
De rechtbanken aanvaarden immers de dubbele raming niet, en zijn van oordeel dat het slachtoffer steeds op het hoogste bedrag recht heeft.
In geval van totale verlies van het voertuig dient de venale waarde ( waarde voor het ongeval) gevorderd te worden, verminderd met de wrakwaarde.
Tevens zijn er mogelijk nog kosten voor overplaatsing allerlei toebehoren ( radio, trekhaak …) zoals voorzien in het expertiseverslag.
2. B.T.W. – verklaring
Dokument vermeldt of de schadelijdende partij al dan niet BTW- plichtig is, en of het hem mogelijk is de BTW. al dan niet te recupereren.
Voorzover de cliënt niet BTW. –plichtig is (vb. arbeider, bediende, staatsambtenaar …) kan hij de BTW niet recupereren, en dient een vordering gesteld te worden voor het volledige BTW – bedrag.
In het geval de cliënt wel BTW -plichtig is, (vb. bakker, beenhouwer, zelfstandige, …) dient nagegaan te worden in welke mate de cliënt de BTW op de voertuigschade kan recupereren.
Het gedeelte dat kan gerecupereerd worden, kan niet voor de rechtbank worden teruggevorderd.
Voorbeeld:
Bakker, wiens voertuig fiscaal aanvaard wordt als voor 50% beroepshalve. In dat geval dient een vordering gesteld te worden voor de helft van de BTW.
BTW bij totaal verlies
Bij totaal verlies van het voertuig dient de BTW berekend te worden op de waarde van het voertuig voor het ongeval, en derhalve niet op het eindresultaat, hetzij de waarde voor het ongeval verminderd met de wrakwaarde!
3.herstellingfactuur of factuur aankoop nieuwe voertuig
Voorzover deze voorhanden is, is het nuttig om deze eveneens neer te leggen.
Volgens vroegere rechtspraak kon maar een vordering hoofdens BTW gesteld worden, voorzover de schadelijdende partij zijn voertuig effectief had laten herstellen, of nieuw voertuig had aangekocht.
Deze stelling werd evenwel verlaten sedert het arrest van het Hof van Cassatie van 13.4.1988 ( J.T. , 7.5.1988, p 315).
In geval van totaal verlies van het voertuig was er desbetreffende de laatste jaren nog discussie in de rechtspraak.
Ook daar schijnt thans vaste cassatierechtspraak te bestaan. De schade lijdende partij kan de BTW vorderen zonder dat hij bewijs dient te leveren dat een nieuw voertuig werd aangekocht waarop BTW werd betaald ( Zie o.m. : Cass., 8 januari 1997, V.K.J. , nr. 97/96 ).
In geval met derhalve optreedt voor de schadelijdende partij is het aangewezen om altijd een vordering hoofdens BTW te stellen, indien de cliënt en Niet BTW – plichtige is.
B. Sleepkosten
Hier dient de factuur gevoegd te worden betreffende het sleeploon.
Wat de BTW daarop betreft, kan verwezen worden naar hetgeen werd uiteengezet sub a.
C. Stillingschade
Het betreft de schade door uw cliënt geleden door immobilisatie van zijn voertuig.
1. Periode
a. wachttijd
betreft de tijd verstreken tussen de datum van het ongeval en de datum van herstelling.
Voorzover het voertuig niet buiten gebruik was tengevolge van het ongeval, wordt gebruikelijk 1 dag wachttijd gevorderd.
Voorzover het voertuig wel buiten gebruik was( hetgeen vermeld wordt op het expertiseverslag) , wordt een vergoeding gevorderd voor de periode tussen de datum van ongeval en de datum van het afsluiten van de expertise, hetzij het ogenblik dat de herstelling kon aanvatten.
Gebruikelijk worden in een dergelijk geval 3 dagen toegekend,hoewel met een vergoeding kan trachten te bekomen voor een langere periode, voorzover er natuurlijk meer tijd is verstreken tussen het ongeval en de expertise.
b. duurtijd herstelling
dit is het aantal dagen nodig voor de herstelling, en is eveneens vermeld op het expertiseverslag.
Ingeval van totaal verlies
Ingeval van totaal verlies wordt volgens de huidige rechtspraak meestal een vergoeding toegekend gedurende 3 + 15 dagen ( wachttijd + overschakelingstrijd).
2. Bedrag
Welke bedrag dient gevorderd worden gedurende de voormelde periodes?
Er zijn twee mogelijke ramingen:
a. begroting van de reële schade
Ingeval uw cliënt een vervangingsvoertuig gehuurd heeft, wordt huur van een vervangingsvoertuig, voorzover wordt bewezen dat het voertuig van het slachtoffer onontbeerlijk is, bv; om professionele redenen.
b. begroting op forfaitaire wijze
Betreffende de gebruikte forfaits bestaan indicatieve tabellen.
Een dergelijke tabel wordt bv. gehanteerd door de Politierechtbank te Antwerpen.
Men raadplege deze tabel.
Voorbeeld: - gewone personenwagen: € 19,83 per dag
- stationwagen: € 24,79 per dag
De tabel voorziet een forfaitaire bedrag naargelang het soort voertuig.
D. Schade aan kledij en/of persoonlijke bezittingen
Voorzover uw cliënt een dergelijk schade heeft geleden, dient dit gevorderd te worden.
Best worden facturen of aankoopbewijzen voorgebracht.
2. Ongeval met gekwetsten
Hier wordt een andere schadenota gebruikt( recto verso bedrukt).
Er zijn de volgende schadeposten:
A. Beschadiging voertuig
Er kan verwezen worden naar hetgeen hiervoor werd uiteengezet.
B. Geneeskundige kosten
Voor te brengen stukken: dokters- en apothekersrekeningen, verpleegnota’s ziekenhuizen, …
Specifiek dient gelet te worden op het volgende:
- Is er geen tussenkomst geweest van de mutualiteit?
Desbetreffend kan de schadelijdende partij een overzichtstabel bezorgen opgesteld door de mutualiteiten, waarop vermeld wordt welke uitgaven er zijn geweest, voor welk bedrag er tussenkomst is geweest per uitagave.
- Is het ongeval geen arbeidsongeval, en is er geen tussenkomst geweest van de arbeidsongevallenverzekeraar?
C. farmaceutische kosten
Zie hiervoor
Voor te brengen dokumenten: apothekersrekeningen
D. verplaatsingskosten
Hier vordert u vergoeding voor kosten naar geneesheer, ziekenhuis, ed.
E. Hospitalisatiekosten
Voor te brengen dokumenten: verpleegnota’s, en facturen ziekenhuizen.
Indien men optreedt voor de verantwoordelijke partijen, dient nagegaan te worden of er geen uitgaven gevorderd worden zonder causaal verband met het ongeval, zolas: water, limonade, telefoon en andere persoonlijke onkosten.
F. Schade aan kledij en andere persoonlijke bezittingen
Zie hetgeen hierboven uiteengezet werd wat betreft materiële schade.
Wat kledijschade betreft, gebeurt vaak een aftrok wagens vetusteit , omdat beschadigde kledij niet meer nieuw was.
G. Vergoeding wegens tijdelijke werkongeschiktheid
1. Inkomstenverlies
a. de schadelijdende partij is een werknemer
Er wordt best een attest van de werkgever of diens sociale secretariaat voorgebracht met becijfering van het inkomstenverlies.
Verder dient een in mindering gebracht te worden:
- de eventuele uitkeringen van de arbeidsongevallenverzekeraar, voorzover het een arbeidsongeval betrof.
- De eventuele uitkeringen door de mutualiteit, voorzover deze er geweest zijn.
- Gedurende de eerste maand is er gebruikelijk geen inkomstenverlies, omdat de werkgever een gewaarborgd loon heeft uitbetaald.
De berekening geschiedt gebruikelijk op semi-bruto basis, hetzij:
- Verminderd met de RSZ – bijdrage te betalen door de werknemer( 13.07 %)
- Er geschiedt geen aftrok voor belastingen, gezien het slachtoffer belastingen zal dienen te betalen op het vervangingsinkomen.
b. de schadelijdende partij is een zelfstandige
indien de schadelijdende partij zelfstandige is, is het meest aangewezen om de belastingsaanslagen van de voorgaande inkomstenjaren voor te brengen, teneinde het inkomstenverlies te kunnen berekenen.
Een gebruikelijke discussie is of de beroepsinkomsten moeten afgetrokken worden wanneer de zelfstandige zijn activiteiten gestaakt heeft.
De beroepsonkosten dewelke doorlopen tijdens de korte periode van invaliditeit dienen niet te worden afgetrokken, bv. huur, gebouw, verzekering voertuig, …
De beroepsonkosten dewelke niet doorlopen dienen wel in mindering gebracht worden, bv. benzine voertuig, telefoon, enz . …
Ook bij zelfstandige dient nagegaan te worden of er geen tussenkomst is geweest van de mutualiteit ( meestal pas na de vierde maand).
2. Morele schade
Gebruikelijk forfait : € 25 per dag
Ingeval van gedeeltelijke invaliditeit wordt daarvan slechts een percentage gevorderd, bv. bij 50 % invaliditeit : € 5 per dag.
Tijdens de periode van hospitalisatie wordt € 24.79 per dag gevorderd, of 30.99€ per dag bij hevige pijnen.
3. Vergoeding wegens meerinspanning
Het betreft een vergoeding dewelke kan gevorderd worden ( doch niet altijd wordt toegekend…) indien het slachtoffer het werk hervat heeft gedurende een periode van gedeeltelijke invaliditeit.
Het is vergoeding voor de meerinspanningen die hij heeft moeten leveren gedurende die periode van gedeeltelijke invaliditeit voor het verrichten van zijn normale taken.
Het betreft een andere vergoeding dan die van de morele schade.
Gebruikelijk forfait : € 17.35 per dag, aan te passen aan de percentage invaliditeit .
4. Schade als huisvrouw
Voorzover beroep werd gedaan op gezinshulp, worden daarvan de facturen of onkostennota’s voorgebracht.
In het andere geval wordt een forfait gevorderd, waarvan de grootte afhangt van:
-De ernst van de blijvende letsel, hetzij het percentage van blijvende invaliditeit
-Leeftijd van de slachtoffer.
Er bestaan 2 wijze van berekening van de vergoeding, hetzij:
1. berekening “per punt”
Hier wordt een forfaitair bedrag toegekend per procent invaliditeit.
Het is forfait in billijkheid, voor de vermengde morele en materiële schade.
Dit forfait varieert tussen € 371,84 en € 1983,15 per punt, naargelang:
-de ingesteldheid van de rechtbank
-de ouderdom van het slachtoffer
-de ernst van het letsel
voorbeeld: slachtoffer van 20 jaar oud, met een invaliditeit van 5 % toe te kennen vergoeding :
5 % x € 1239,47 per punt = € 6197,34.
2. vergoeding volgens kapitalisatiemethode
Wanneer:
De kapitalisatiemethode is meestal de meest gunstige wijze van berekening voor het slachtoffer.
Meestal wordt gesteld dat er dient gekapitaliseerd te worden wanneer het slachtoffer geraakt wordt in zijn vermogen tot verdienen, en dat zijn concurrentiepositie op de arbeidsmarkt is aangetast.
Gebruikelijk geschiedt dit bij percentages invaliditeit boven de 18 %.
Methode
Kapitalisatieberekening is eigenlijk de volgende formule:
Basisloon x coëfficiënt x percentage invaliditeit
a. basisloon
het basisloon met het toekomstige inkomen van het slachtoffer banaderen.
Gebruikelijk uitgangspunt : belastingaanslagen van de voorgaande inkomstenjaar.
Bij jonge slachtoffers geschiedt er een verhoging naar de toekomt ( 10 à 20 %).
De berekening geschiedt op nettobasis, hetzij:
- exclusief sociale zekerheidsbijdrage
- exclusief belastingen.
Voor de belastingen wordt gebruikelijk een voorbehoud geformuleerd.
Mogelijk zal het slachtoffer immers belastingen moeten betalen op het kapitaal, doch dit zal in elk geval minder zijn dan op het gewone inkomen.
Dergelijke vergoedingen zijn immers maar belastbaar voorzover door de fiscus bewezen wordt dat zij dienen ter vergoeding van inkomstenderving.
Bovendien wordt het kapitaal fiscaal omgezet in lijfrente volgens voor het slachtoffer zeer voordelige coëfficiënten ( zie art. 92 Wetboek van Inkomstenbelastingen, en ter uitvoering daarvan art. 57 K.B Wet van Inkomstenbelastingen).
b. de coëfficiënt
het conform de principes onder a. vermelde basisloon wordt vermenigvuldigd met een coëfficiënt .
Deze coëfficiënt is samengesteld rekeninghoudend met de te verwachte rente tegen dewelke met het kapitaal kan beleggen, rekeninghoudend eveneens met de leeftijd van het slachtoffer.
Er bestaan desbetreffende twee soorten coëfficiënten:
- de wiskundige tabel
- De tabel Levi: daar wordt rekening gehouden met de kans van vervroegd overlijden van het slachtoffer.
Tevens kan verwezen worden naar de meer actuele tafels opgesteld door de heer J. Schrijvers ( “ De Betere tafels 1988- 1990”, uitgegeven bij Kluwer , en “ Nette tafelmanieren, Rechtskundig .Weekblad. , 28/9/1996, 113)
c. guid als het ongeval tevens een arbeidsongeval is
In dat geval wordt na de kapitalisatieberekening aftrok gedaan van het kapitaal gevestigd door de arbeidsongevallenverzekeraar.
d. morele schade
Voor zover de kapitalisatiemethode wordt aangewend, dient apart nog een vergoeding gevorderd te worden voor morele schade, dewelke eveneens per punt wordt begroot.
e. zeer eenvoudig voorbeeld
slachtoffer is een jonge man van 25 jaar basisinkomen: € 24789,35
blijvende werkongeschiktheid: 15 %
vergoeding per punt
15 % x € 1487,36 per punt € 22310,42
Vergoeding volgens kapitalisatie
- materiële schade:
- Basisloon: 24789,35
- Verminderd met belastingen : - 7436,81
Blijft : € 17352,54
Aangepast aan het percentage blijvende werkongeschiktheid :
€ 17352,55 x 15 % : € 2602,89
Coëfficiënt
Tabellen Levi ( 1991-1993) : bij rente van 5 % , betaalbaar per maand: 18,09897
Berekening :
€ 2602,88 x 18,09897: € 471007,39
Morele schade :
15% x € 743,68: € 11155,21
Toegekend vergoeding in geval van begroting per punt: € 22310,42
Toegekende vergoeding in geval van kapitalisatieberekening voor morele en materiële schade :
€ 57440,15
H. Esthetische schade
Voor de begroting van de esthetische schade en de toekenning van een bedrag bestaan geen vaste maatstaven.
De rechtbank door de uitspraak in billijkheid , rekeninghoudend met:
- zijn eigen appreciatie
-de leeftijd van het slachtoffer
-de lokalisatie van de littekens
-het geslacht van het slachtoffer
veel deskundigen voorzien de laatste tijd in hun verslag wel een schaalverdeling ( gaande van 1 tot 7) , rekeninghoudend met de ernst van het esthetische letsel.
G. Het dodelijk ongeval
1. Morele schade
Deze kan voornamelijk gevorderd worden namens de partner , ouders, broers, en kinderen van wijlen het slachtoffer.
Wat de bedragen betreft kan verween worden naar het indicatief tarief, aangenomen door de rechters van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen ( Vademecum, V/1).
Er moet evenwel bij vermeld worden dat de aldaar vermelde cijfers aan de hoge kant zijn, en onzeker dat deze ook door het Hof van Beroep aanvaard worden.
2. Materiële schade
a. begrafeniskosten
Deze dienen gevorderd te worden namens diegene die ze heeft betaald.
Er zijn twee mogelijkheden:
1.
-in normale omstandigheden zou diegene die de kosten heeft betaald, het slachtoffer niet hebben overleefd.
In dergelijk geval zou de burgerlijke partij de uitvaartkosten nooit hebben moeten dragen.
Hij zou immers in elk geval overlijden voor de getroffene.
In dat geval zijn de uitvaartkosten integraal verschuldigd.
2.
-in normale omstandigheden zou diegene doe de begrafeniskosten heeft betaald, het slachtoffer wel hebben overleefd.
Dit wil zeggen dat de partij die thans de begrafeniskosten heeft betaald, normaal( volgens de levensduurtabellen) langer in leven zou blijven dan het slachtoffer.
Hij zou derhalve tijd de uitvaartkosten moeten betalen ( weliswaar op een latere datum).
De schade bestaat dan uit het nadeel van de vervroegde betaling.
Voorbeeld berekening
Man van 40 jaar overlijdt
Vrouw van 20 jaar overleeft
Bedrag van de begrafeniskosten : € 2478,94
Normale levensverwachting : 31,58 jaar.
De vrouw zou de uitvaartkosten derhalve normalerwijze pas binnen 31,58 jaar betaald hebban.
Rentevoet: 5 %
Kontante waarde: € 2478,94 x 0,22036 = € 546,26
Dit is het bedrag dat men vandaag nodig heeft om binnen 31 jaar een bedrag van € 2478,94 te kunnen betalen.
Schade:
Huidige uitgaven: 2478,94
Kontante waarde: - 546,26
Blijft € 1932,68
b. Inkomstenverlies
De volgende gegevens heeft men nodig:
-De inkomsten van het slachtoffer voor het ongeval.
- Van dit bedrag moet een bedrag afgetrokken worden, waarvan man aanneemt dat dit diende voor het eigen onderhoud van het slachtoffer, gebruikelijk geraamd tussen de 25 % en 35 %, al naargelang de kinderlast.
-Dit bedrag wordt vermenigvuldigd met de coëfficiënt ( zie desbetreffende uitleg omrent kapitalisatie).
Voorbeeld
Man overlijdt
Leeftijd op datum van overlijden: 40 jaar
Inkomsten voor het overlijden: € 24789,35
Inkomsten vrouw: € 12394,68
Berekening aftrok besparing eigen onderhoud:
Gezinsinkomen = € 24789,35 + € 12394,68 = € 37184,03
Besparing eigen onderhoud = 30 % van € 37184,03, hetzij € 11155,21.
Er blijft derhalve : € 24789,35 – € 11155,21 = € 13634,14
Berekening : € 13634,14 x 13,08878 = € 178454,31
c. postlucratieve schade
het betreft een vergoeding dewelke gebruikelijk in billijkheid wordt begroot voor materiële schade na pensioenleeftijd.
Indien bijvoorbeeld het slachtoffer loodgieter of electrieker is, wordt aanvaard dat hij ook na pensioenleeftijd nog klusjes verricht, al dan niet tegen betaling.
Er wordt dan in billijkheid een vergoeding toegekend van 50 à € 37184,03 .
3. schade ex haerede
Deze schade wordt gevorderd namens de erfgenamen ingeval:
1. het slachtoffer na het ongeval nog enige tijd heeft geleerd.
2. hij zich bewust was van zijn nakend overlijden.
Het betreft dus eigenlijk een morele schade in hoofde van het slachtoffer, dewelke thans wordt gevorderd namens zijn erfgenaam.
Naslagwerken omrent begroting van schade
- Fichier van R. André
- J. Stasseyns, Kapitalisatie, uitgave Informatica
-Overzicht van Rechtspraak door Schuermans, Schrijvers, Simoens en Vanoevelen, Onrechtmatige daad, Schade en Schadeloosstelling, Tijdschrift voor Privaat Recht 1984, p. 511, e. v.
-Overzichten van Rechtspraak in het Rechtskundig Weekblad, door de heer Schrijvers, tot 1985.
-Vademecum van de Orde van Advocaten te Antwerpen, onder brief Eerste Voorzitter dd° mei 1991 ( opgelet: gegevens niet geheel juist)
-Tarieven door de Rechters in de Rechtbank van Eerste Aanleg ( Vademecum V/1) .
-Overzichten van rechtspraak door Schuermans, Van Oevelen, Persyn, Ernst en Schuermans, Onrechtmatige daad , Schade en Schadeloosstellingen ( 1983-1992) , Tijdschrift voor privaatrecht, 1994, deel 2, p 851 ev.
-Indicatieve lijst forfaitaire schadevergoeding verkeersongevallen opgesteld door het nationaal verbond van magistraten dd. 21 oktober 1995, gepubliceerd o.m. in het tijdschrift van de vrede -en politierechters december 1995.
-J. Schrijvers , Nette Tafelmanieren, R.W , 28 september 1996, kol. 112
-Indicatieve tabel, uitgave Nationaal verbond van de magistraten van eerste aanleg en het koninklijk verbond van vrede –en politierechters ( zie bijlage).
Einde citaat van les syllabus advocaat Luc De Somer