Advo.be: Recht in mensentaal!

Diensten

Advocaat Ward Van Loo


Warning: chmod() [function.chmod]: Operation not permitted in /home/advo/domains/advo.be/public_html/concrete/libraries/3rdparty/adodb/adodb-csvlib.inc.php on line 303

Warning: chmod() [function.chmod]: Operation not permitted in /home/advo/domains/advo.be/public_html/concrete/libraries/3rdparty/adodb/adodb-csvlib.inc.php on line 303

Warning: chmod() [function.chmod]: Operation not permitted in /home/advo/domains/advo.be/public_html/concrete/libraries/3rdparty/adodb/adodb-csvlib.inc.php on line 303

Warning: chmod() [function.chmod]: Operation not permitted in /home/advo/domains/advo.be/public_html/concrete/libraries/3rdparty/adodb/adodb-csvlib.inc.php on line 303

Warning: chmod() [function.chmod]: Operation not permitted in /home/advo/domains/advo.be/public_html/concrete/libraries/3rdparty/adodb/adodb-csvlib.inc.php on line 303

Warning: chmod() [function.chmod]: Operation not permitted in /home/advo/domains/advo.be/public_html/concrete/libraries/3rdparty/adodb/adodb-csvlib.inc.php on line 303
Kostenloze ombudsdienst: Helpdesk Recht in mensentaal!

Warning: chmod() [function.chmod]: Operation not permitted in /home/advo/domains/advo.be/public_html/concrete/libraries/3rdparty/adodb/adodb-csvlib.inc.php on line 303


CASSATIEBEROEP TOT NIETIGVERKLARING



VOOR: 



‘VERZOEKENDE PARTIJ’,

            met als raadsman meester

            alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan voor de huidige procedure;


TEGEN:    De Belgische Staat,
vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken,
Leuvenseweg 1, 1000 Brussel;
   
    ‘TEGENPARTIJ’




Aan de Heer Eerste Voorzitter, Heren en Dames Voorzitters en Raadsleden van de Raad van State,


Heeft verzoeker hierbij de eer, conform artikel 14 § 2 van de gecoördineerde wetten op de
Raad van State, U om de cassatie te verzoeken van het jegens hem op …….. door
door de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen gevelde arrest tot weigering van de
erkenning van de status van vluchteling en van de subsidiaire beschermingsstatus, dat aan hem ter kennis werd gegeven op …………;

Verzoeker kiest het Nederlands als proceduretaal, maar wenst desgevallend gehoord te worden middels een tolk die het …….. machtig is.

Feiten & procedurele voorgaanden

Verzoeker kwam op ……. in België aan en diende op …….. een asielaanvraag in. Verzoeker is van …… nationaliteit en …… van origine.


……………………………….;;

In ……. kwam verzoeker in België aan en op ……………… diende hij een asielaanvraag in.

Op ………….. werd het vluchtelingenstatuut en de subsidiaire bescherming geweigerd door het Commissariaat Generaal.
Op ……………….. werd deze beslissing bevestigd door de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.


Ontvankelijkheid


Voorliggend verzoekschrift voldoet aan alle in artikelen 3-5 van het Koninklijk Besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State opgenomen vormvoorschriften (‘procedureKB’).

De in artikel 3, §1 van het procedureKB voorziene beroepstermijn van dertig dagen begint te lopen op de dag van de kennisgeving van de bestreden beslissing.  Aangezien de bestreden beslissing ter kennis werd gegeven op ……………;, werd voorliggend verzoekschrift binnen de wettelijke beroepstermijn ingediend.

Voorliggend verzoekschrift werd bijgevolg ook tijdig ingediend.

Het hierbij ingediende cassatieberoep is dan ook ontvankelijk naar vorm en tijd.


Toelaatbaarheid


Voorliggend verzoekschrift voert als middelen de overtreding van wettelijke bepalingen en de schending van substantiële vormvoorschriften door tegenpartij aan.

Uit de hieronder uiteengezette middelen zal voldoende blijken dat tegenpartij de haar opgelegde wettelijke bepalingen en vormvoorschriften geschonden heeft.

In overeenstemming met artikel 20 § 2, derde lid van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, wordt in voorliggend verzoekschrift de schending van de wet en van substantiële en op straffe van nietigheid voorgeschreven vormvoorschriften aangevoerd als middel, dat niet kennelijk ongegrond is, tot cassatie van de bestreden beslissing kan leiden en de strekking van de bestreden beslissing kan hebben beïnvloed.

Voorliggend verzoekschrift dient bijgevolg dan ook toelaatbaar verklaard te worden.


Middelen in rechte:


EERSTE EN ENIGE MIDDEL:   
Schending van de zorgvuldigheidsplicht en schending van de algemene motiveringsplicht, de artikelen 2 en 3 van de Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen en schending van de artikel 62 van de Wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.

De motivering van de bestreden luidt als volgt:

“ Taskara is een kopie en dus geen afdoend  bewijs daar het gemakkelijk te vervalsen is door allerhande knip- en plakwerk.”
(…)“ zijn onbekendheid met de milities en hun leiders maken zijn afkomst van Afghanistan zeer twijfelachtig. Het feit dat hij Pashtou spreekt doet hieraan geen afbreuk aangezien deze taal ook gesproken wordt in Pakistan.”

De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen houdt hiermee in zijn beslissing totaal geen rekening met objectieve elementen en algemeen gekende feiten en schendt hierdoor de zorgvuldigheidsplicht die op hem rust.

Het bestuurlijke zorgvuldigheidsbeginsel stelt immers: “Het bestuur dient zijn beslissing op een zorgvuldige wijze voor te bereiden. De beslissing dient te stoelen op een correcte feitenvinding. Het bestuur dient zich zo nodig voldoende te informeren om met kennis van zaken een beslissing te nemen. Technische besluiten kunnen het bestuur ertoe nopen het advies van deskundigen in te winnen.

Volgens de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen legt verzoeker een kopie voor van zijn taskara, waardoor een vervalsing d.m.v. een knip- en plakwerk mogelijk is.

De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen gaat hiermee evenwel volledig voorbij aan de realiteit dat verzoeker zijn originele taskara heeft neergelegd.  De kopie die zich in het dossier bevindt werd genomen door het Commissariaat generaal zelf. De vervalsing d.m.v. een knip- en plakwerk is dan ook uitgesloten.

Verder laat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen een belangrijk argument volledig onbeantwoord. Volgens de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen kan, uit het feit dat verzoeker Peshtou spreekt, niet afgeleid worden dat hij Afghaan is. Peshtou is immers een taal die ook in Pakistan gesproken wordt. De  Raad voor Vreemdelingenbetwistingen vergeet daarbij evenwel te vermelden dat verzoeker ook Farsi spreekt. Farsi is een taal die wel in Afghanistan gesproken wordt, maar helemaal niet in Pakistan. In Pakistan spreekt men immers Urdu of  Pundja en uiterst zelden Pashtou, laat staan dat men dan ook nog Farsi zou spreken. Zeker voor iemand die maar tot zijn negen jaar naar school is geweest, zoals verzoeker.

Uit de bestreden beslissing blijkt dat  hiermee geen rekening gehouden werd. Door hiermee geen rekening te houden schendt de bestreden beslissing de zorgvuldigheidsplicht, zoals hoger omschreven. Tevens worden hiermee de artikelen 2 en 3 van de Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen geschonden, alsook artikel 62 van de wet van 15 december 1980.

Het middel is ontvankelijk en gegrond.

De bestreden beslissing dient vernietigd te worden.

Besluit:

Dat de bestreden beslissing van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen dan ook ten gronde
dient vernietigd te worden wegens het feit dat zij niet met reden omkleed is en de
omstandigheden van de zaak niet, minstens gebrekkig werden weergegeven overeenkomstig
de artikelen 2 en 3 van de Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van
de administratieve bestuurshandelingen en art 62 van de wet van 15 december 1980.

Dat immers de opgeworpen argumenten door de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen
getuigen van een niet grondig onderzocht hebben van de gegevens van het dossier alsmede de verklaringen en voorgebrachte stukken door verzoeker.

Dat daarenboven, zoals verzoeker hiervoor heeft aangetoond geen rekening werd gehouden
met al de feiten van de zaak en zijn zaak slechts in abstracto beoordeeld werd. Zo tegenpartij
die elementen wel in overweging had genomen, waartoe zij ook wettelijk verplicht is, dan zou
verzoeker tot de erkenning als vluchteling, of toch minstens tot de toekenning van de
subsidiaire bescherming hebben kunnen leiden.

Dat om deze redenen dan ook de bestreden beslissing ten gronde dient vernietigd te worden
zodat uit het grondige onderzoek ten gronde duidelijk zou kunnen blijken dat verzoeker wel
degelijk redenen heeft om politiek asiel aan te vragen overeenkomstig de Conventie van
Genève en een subsidiaire bescherming te genieten.


OM DEZE REDENEN,
BEHAGE HET U, GEACHTE HEER VOORZITTER,
DAMES EN HEREN STAATSRADEN BIJ DE RAAD VAN STATE:

Het beroep toelaatbaar, ontvankelijk en gegrond te verklaren en dienovereenkomstig recht doende het verzoek in te willigen:

De bestreden beslissing nietig te verklaren en te casseren en de kosten ten laste te leggen van
de tegenpartij.

Antwerpen,


Namens verzoeker,
Zijn raadsman,








Inventaris der stukken:

© Copyright Ward Van Loo & Partners. All Rights Reserved.
XHTML CSS