Diensten
Advocaat Ward Van Loo
helpt u graag verder met:
• Familierecht
• Invorderingen - Incassodiensten
• Arbeidsrecht
• Letselschade
• Handelsrecht
• ICT Recht
• Bemiddeling
Aan de Minister van Binnenlandse Zaken
Dienst vreemdelingenzaken
Bureau art 9 – Lange Asielprocedure
Antwerpsesteenweg 59b
1000 Brussel
Antwerpen, 2008
U.R.:
O.R.:
Geachte Heer Minister van Binnenlandse Zaken,
Met deze brief verzoekt………., kandidaat-vluchteling van …..;nationaliteit, dat hem/haar een verblijfsmachtiging zou worden toegekend op grond van artikel 9 bis van de Wet van 15 december 1980.
1. Gegevens van algemene aard
1.1. Identiteitsgegevens
NAAM, Voornaam:
Nationaliteit:
Geboortepl en datum:
1.2. Dossiernummer Dienst Vreemdelingenzaken
O.V. nummer:
1.3. Feitelijke verblijfplaats van verzoeker
Verblijfplaats:
1.4. Gezinssituatie
………………………………..
2. Dubbele motivering
2.1. Buitengewone omstandigheden die het aanvragen van een visum met toepassing van artikels 9 bis bijzonder moeilijk maakt.
Verzoeker diende op ………. een asielaanvraag in. Deze aanvraag werd op …… onontvankelijk verklaard door de Dienst Vreemdelingenzaken en op ……. kreeg verzoeker een bevel om het grondgebied te verlaten.
Tegen deze beslissing werd een dringend beroep ingesteld op ………….
Het Commissariaat Generaal heeft op ……………. een negatieve beslissing genomen.
Tegen deze beslissing werd beroep aangetekend bij de Raad van State, waar de zaak nog altijd hangende is.
Verzoeker, die reeds meer dan …………..jaar op de behandeling van zijn asielaanvraag wacht, komt hiervoor in aanmerking.
Op 20 december 2004 deelden adviseurs van Minister van Binnenlandse Zaken Patrick Dewael aan het Forum Asiel en Migraties mee dat vreemdelingen die langer dan vier jaren op een definitieve beslissing wachten, een aanvraag kunnen indienen op basis van artikel 9 bis van de Vreemdelingenwet.
Deze aanvraag kan per definitie enkel in België gebeuren.
In die omstandigheden hoeft het geen betoog dat het voor verzoeker onmogelijk is om terug te keren naar zijn land van herkomst teneinde daar zijn aanvraag tot machtiging van verblijf in België in te dienen.
De huidige aanvraag is dan ook ontvankelijk.
2.2. Redenen ter rechtvaardiging van de aanvraag tot machtiging van verblijf van meer dan drie maanden.
2.2.1 Lange asielprocedure
De asielaanvraag van verzoeker dateert van …….., en tot op de dag van vandaag is er nog steeds geen uitvoerbare beslissing.
Op 20 december 2004 deelden adviseurs van Minister van Binnenlandse Zaken Patrick Dewael aan het Forum Asiel en Migraties mee welk regularisatiebeleid de Minister sinds kort voert ten aanzien van langdurige asielprocedures:
“De Dienst Vreemdelingenzaken zal voortaan een definitief verblijfsstatuut toekennen aan personen die asiel aanvroegen voor 1/1/2001 en wiens asielprocedure langer dan 4 jaar, of langer dan 3 jaar voor gezinnen met schoolgaande kinderen heeft geduurd, tenzij er bepaalde negatieve tegenindicaties in het dossier zitten. Om deze verblijfsvergunning te krijgen moeten betrokkenen een aanvraag indienen (of ingediend hebben) op grond van artikel 9 bis van de Verblijfswet.”
“Asielaanvragen van na 1/1/2001 die langer dan 4 jaar of langer dan 3 jaar voor gezinnen met schoolgaande kinderen aanslepen, komen ook in aanmerking voor regularisatie. (…)
Langdurige asielprocedures vanaf 2001 worden alleen geregulariseerd als uitdrukkelijke integratiebewijzen worden voorgelegd (kennis van de taal, het volgen van opleidingen, werken of werkbereid zijn, actief zijn in verenigingen of in de buurt, duurzame banden met België of met Belgische burgers…). De lange duur van de procedure is hier een belangrijk maar niet voldoende argument.”
Verzoeker heeft gedurende zijn verblijf in België geen enkele aanleiding gegeven tot een vermoeden dat hij een gevaar zou kunnen opleveren voor de openbare orde.
Integendeel, heeft hij zich geïntegreerd in de Belgische samenleving.
Er lijken dus geen redenen voorhanden om af te wijken van de principes vermeld in genoemde wetgeving en in het persbericht van de bevoegde Minister.
In de schoot van de huidige formatieonderhandelingen werd reeds een akkoord gesloten tussen de regeringspartners omtrent het te voeren migratiebeleid. Daarin wordt een regularisatie in het vooruitzicht gesteld van het verblijfstatuut voor wie zich in een situatie bevindt, waarbij de duur van procedure voor de Raad van State en/of van de procedure conform artikel 9, derde lid van de Vreemdelingenwet bij de duur van de asielprocedure gesteld wordt. Als die duur meer dan vijf jaar bedraagt, wordt die als een ‘buitengewone omstandigheid’ beschouwd zoals bedoeld in artikel 9 bis van de Vreemdelingenwet.
Zoals uiteengezet bevindt verzoeker zich in een dergelijke situatie zodat hij terecht meent ook om deze reden aanspraak te mogen maken op de regularisatie van zijn verblijfstatuut onder het aangekondigde beleid. Het behoort immers tot het vertrouwensbeginsel en het principe van de rechtsbedeling dat niet afgeweken wordt van een vooropgesteld beleid in afwachting van de effectieve uitvoering ervan,eenmaal het werd aangekondigd.
Om die reden vraagt verzoeker bij de behandeling van deze aanvraag rekening te houden met de lange duur van zijn asielprocedure en met zijn integratie in België gedurende deze periode.
2.2.2. Integratie
Verzoeker heeft sedert zijn aankomst in België zich best gedaan om zich te integreren.
Verzoeker heeft zich dan ook goed geïntegreerd in de Belgische samenleving en blijk gegeven van een uitzonderlijke inzet om zich in te schakelen op de arbeidsmarkt.
Uit de stukken vermeld op de inventaris van huidig verzoekschrift komt vast te staan dat door verzoeker buitengewone inspanningen werden geleverd om zich te integreren in onze Belgische samenleving.
Uit verklaringen van kennissen en vrienden blijkt dat verzoeker sinds verschillende jaren in België woont en verblijft en zich altijd correct heeft gedragen ten overstaan van zijn medeburgers en collega’s op de werkvloer.
Dat deze inspanningen van verzoeker hun vruchten hebben afgeworpen en het resultaat van die aard is om toe te laten te besluiten tot een volwaardige integratie.
Dat verzoeker, als een gemotiveerde cursist, lessen Nederlands voor anderstaligen heeft gevolgd.
3. Niet voorhanden zijn van uitsluitingsgronden
3.1. Gevaar voor de openbare orde of veiligheid
Er is geen sprake voor enig gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid van het land.
3.2. Manifeste en opzettelijke fraude
Verzoeker heeft in zijn aanvraag geen onjuiste gegevens verstrekt, noch valse of vervalste documenten aangeboden. Er kan dan ook geen sprake zijn van enige manifeste of opzettelijke fraude in de aanvraag van verzoeker.
4. Besluit
Verzoeker wacht meer dan ….. jaar op een definitieve beslissing over zijn asielaanvraag, zonder dat hem enige verantwoordelijkheid treft in de behandeling van zijn aanvraag. Verzoeker heeft zich sinds zijn aankomst op voortreffelijke wijze weten te integreren in onze samenleving.
Om al deze redenen meent verzoeker in aanmerking te komen voor de toepassing van artikel 9 bis van de Vreemdelingenwet.
Verzoeker vraagt U dan ook het huidige verzoek ontvankelijk en gegrond te willen verklaren, hem het verblijf in België toe te staan en hem in het bezit te stellen van de nodige verblijfsdocumenten.
Met de meeste hoogachting,
Namens verzoeker,
Zijn raadsman,
Inventaris der stukken: