Advo.be: Recht in mensentaal!

Diensten

Advocaat Ward Van Loo


Warning: chmod() [function.chmod]: Operation not permitted in /home/advo/domains/advo.be/public_html/concrete/libraries/3rdparty/adodb/adodb-csvlib.inc.php on line 303

Warning: chmod() [function.chmod]: Operation not permitted in /home/advo/domains/advo.be/public_html/concrete/libraries/3rdparty/adodb/adodb-csvlib.inc.php on line 303

Warning: chmod() [function.chmod]: Operation not permitted in /home/advo/domains/advo.be/public_html/concrete/libraries/3rdparty/adodb/adodb-csvlib.inc.php on line 303

Warning: chmod() [function.chmod]: Operation not permitted in /home/advo/domains/advo.be/public_html/concrete/libraries/3rdparty/adodb/adodb-csvlib.inc.php on line 303

Warning: chmod() [function.chmod]: Operation not permitted in /home/advo/domains/advo.be/public_html/concrete/libraries/3rdparty/adodb/adodb-csvlib.inc.php on line 303

Warning: chmod() [function.chmod]: Operation not permitted in /home/advo/domains/advo.be/public_html/concrete/libraries/3rdparty/adodb/adodb-csvlib.inc.php on line 303
Kostenloze ombudsdienst: Helpdesk Recht in mensentaal!

Warning: chmod() [function.chmod]: Operation not permitted in /home/advo/domains/advo.be/public_html/concrete/libraries/3rdparty/adodb/adodb-csvlib.inc.php on line 303

Verzoekschrift tot verblijfsmachtiging
wegens buitengewone omstandigheden
conform artikel 9bis Vreemdelingenwet
-
lange asielprocedure / ouder van verblijfsgerechtigd kind


Aan de Minister van Binnenlandse Zaken
Dienst Vreemdelingenzaken
Bureau art. 9 bis – humanitaire regularisaties
Antwerpsesteenweg 59b
1000 Brussel


Antwerpen, …………


Geachte Heer Minister van Binnenlandse Zaken,
Geachte Mevrouw, Mijnheer de Gemachtigde bij de Dienst Vreemdelingenzaken


Met dit schrijven verzoekt …………..;, voormalig kandidaat-vluchteling van …………..;nationaliteit, dat haar een verblijfsmachtiging zou worden toegekend op grond van artikel 9bis van de Wet van 15 december 1980.


Algemene identiteitsgegevens


NAAM, voornaam:        
Nationaliteit:       
Geboorte:         

DVZ nummer:        

Verblijfplaats in België:   
             
Familiale situatie:        ……………

Verzoekster is moeder van de minderjarige en in België verblijfsgerechtigde …………;, geboren te …… op ……….;, eveneens zoon van de …………, van ……. nationaliteit en vestigingsgerechtigd in België, bij wie hij verblijft te …………….

2.    Ontvankelijkheid


Formele voorwaarden

Volgende gegevens en in bijlage toegevoegde stukken brengen voorliggend verzoek in overeenstemming met artikel 9bis van de Vreemdelingenwet en de Ministeriële Omzendbrief van 21 juni 2007 betreffende de wijzigingen in de reglementering betreffende het verblijf van vreemdelingen tengevolge van de inwerkingtreding van de wet van 15 september 2006:

Verzoekster deelt haar identiteitsgegevens en het adres van zijn feitelijke verblijfplaats in België mee: zie hierboven, sub punt 1;

Verzoeker voegt geen identiteitsdocument toe, maar is daarvan vrijgesteld, zoals bepaald in het tweede lid van artikel 9bis, 1§ van de Vreemdelingenwet, aangezien het voor haar onmogelijk is een identiteitsdocument te bekomen in België, en wel om volgende reden:

Verzoekster beschikt niet over enig  identiteitsdocument van haar land van herkomst, ……….

Bovendien heeft ……ë geen bevoegde, noch erkende diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in of voor België.  Dit blijkt ondermeer uit de website van het Belgische Ministerie van Buitenlandse Zaken, www.diplomatie.be, waarop voor ……. geen ambassade of vertegenwoordiging vermeld wordt. Verzoekster kan zich bijgevolg tot geen enkele erkende of bevoegde instantie richten om een identiteitsdocument aan te vragen.

Dit wordt eveneens bevestigd door objectieve informatie van andere overheden. Bovendien blijkt uit diezelfde bronnen dat aangezien ….. niet over een erkende centrale overheid beschikt, …… paspoorten en andere identiteitsdocumenten niet erkend worden, aangezien ze onbetrouwbaar zijn en hun authenticiteit onwaarschijnlijk is. (zie in bijlage het Algemeen Ambtsbericht van het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken en de Response tot Infromation Requests van de Canadese Immagration and Refugee Board).

In het louter hypothetische geval dat verzoekster op een andere manier dan via de vertegenwoordiging van haar land zou pogen aan identiteitsdocumenten te geraken, zou zij dan ook enkel aan niet officiële en onbetrouwbare stukken kunnen geraken.

Verzoekster is dan ook in de absolute onmogelijkheid om een officieel erkend identiteitsdocument voor te leggen.

In voorliggend verzoekschrift beroept verzoekster zich niet op elementen, zoals bedoeld in artikel 9bis § 2 Vreemdelingenwet, die zij al inriep of had moeten inroepen in een vorige asielprocedure of een vorig verzoek tot verblijfsmachtiging;



Buitengewone omstandigheden

Verzoekster roept de onredelijk lange duur van haar asielprocedure in als ‘buitengewone omstandigheid’ waarop zij voorliggend verzoek baseert om tot verblijf gemachtigd te worden.  De Minister van Binnenlandse Zaken heeft reeds meermaals bevestigd dat dit als buitengewone omstandigheid aanvaard wordt, waaruit de onmogelijkheid blijkt om via de normale consulaire weg een verblijfsmachtiging aan te vragen.

Ook blijkt de onmogelijkheid om terug te keren naar haar land van herkomst uit het feit dat het UNHCR stelt dat een terugkeer naar ….. een onmenselijk of vernederende behandeling en bijgevolg een inbreuk op artikel 2 of 3 van het EVRM zou uitmaken.

Daarnaast is een aanvraag op basis van artikel 9, 1ste en 2de lid van de Vreemdelingenwet voor verzoekster onmogelijk, aangezien in haar land van herkomst geen Belgische diplomatieke of consulaire post aanwezig is waarbij die aanvraag ingediend zou kunnen worden.

In verzoekers geval mag dan ook als aangetoond beschouwd worden dat verzoekster onmogelijk, of toch minstens bijzonder moeilijk, terug kan keren naar haar land van herkomst om er via diplomatieke of consulaire weg een verblijfsvergunning aan te vragen. 

Voorliggend verzoek om een verblijfsmachtiging toegekend te krijgen is bijgevolg ontvankelijk.


3.    Ten gronde: buitengewone omstandigheden


Lange asielprocedure

Verzoekster diende op ….. een asielaanvraag in.  Het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen nam pas een uitvoerbare weigeringsbeslissing om louter technische redenen op ……, zodat de asielprocedure uiteindelijk langer dan ….. jaar duurde.

De wet van 22 december 1999 betreffende de regularisatie van verblijf van bepaalde categorieën van vreemdelingen bepaalde dat wie gedurende langer dan vier jaar moet wachten op een beslissing ten aanzien van zijn asielaanvraag, een machtiging tot verblijf wordt toegekend wegens onredelijk lange procedure.

Bovendien verduidelijkte de Minister voor Binnenlandse Zaken op 20 augustus 2003 in een persbericht dat “elkeen die het statuut van vluchteling heeft aangevraagd zonder een uitvoerbare beslissing te hebben ontvangen binnen een termijn van drie jaar (families met schoolgaande kinderen) of 4 jaar (alleenstaanden of koppels zonder kinderen) kan worden geregulariseerd tenzij betrokkene naar het oordeel van de Minister een gevaar kan betekenen voor de openbare orde of de nationale veiligheid”.

Op 20 december 2004 deelden adviseurs van Minister van Binnenlandse Zaken Patrick Dewael aan het Forum Asiel en Migraties mee welk regularisatiebeleid de Minister voert ten aanzien van langdurige asielprocedures:

“De Dienst Vreemdelingenzaken zal voortaan een definitief verblijfsstatuut toekennen aan personen die asiel aanvroegen voor 1/1/2001 en wiens asielprocedure langer dan 4 jaar, of langer dan 3 jaar voor gezinnen met schoolgaande kinderen heeft geduurd, tenzij er bepaalde negatieve tegenindicaties in het dossier zitten.”

Naar aanleiding van acties in juni 2007 bevestigde de Dienst Vreemdelingenzaken op haar website ‘de duidelijkheid van de huidige criteria van de regularisatieprocedure’:

“Bij het bekijken van de regularisatieaanvragen passen de ambtenaren de geldende criteria toe, en die zijn de volgende:
een onredelijk langdurige asielprocedure van minimum 3 jaar voor gezinnen met schoolgaande kinderen en 4 jaar voor anderen. De procedure bij de Raad van State is niet meegerekend.
medische problemen.
prangende humanitaire redenen.
In hun beslissingen zijn de ambtenaren aan de motivatieplicht onderworpen in rechte en in feite.”

Verzoeker vraagt dan ook om haar een verblijfsmachtiging toe te kennen omwille van deze reden alleen al, namelijk de lange duur van haar asielprocedure.


Artikel 2, 3 en 8 EVRM

Verzoekster is de ….. moeder van een ……, in België vestigingsgerechtigd  minderjarig kind, met wie ze een door de jeugdrechter opgelegd omgangsrecht heeft, dat ze ook effectief uitoefent.

Zowel omwille van de situatie in haar land van herkomst, als omwille van het verblijfsrecht van haar kind in België, meent zij aanspraak te maken op een verblijfsmachtiging voor België.  Zonder verblijfsrecht zou zij namelijk dienen terug te keren naar haar land van herkomst, ….., wat een inbreuk zou uitmaken op meerdere fundamentele mensenrechten, waarvan zij drager is.

Over de situatie in ….. stelde de Mensenrechtencommissie van de VN onder meer:


De UNHCR wijst de nationale overheden er dan ook op …………… UNHCR bevestigde in …. nog dat dit advies nog steeds blijft gelden, rekening houdend met de inmiddels nog verergerde toestand voor burgers tengevolge van het gewapende conflict dat in het landt woedt.

Ook zou verzoekster bij een terugkeer naar ….., voor onbepaalde tijd van haar zoon …..gescheiden worden.  Hem meenemen is geen optie aangezien hij de …. nationaliteit heeft en aldus visumplichtig is voor …., dat geen vertegenwoordiging in of voor België heeft waar een – hypothetisch – visum afgeleverd zou kunnen worden.  Bij gebrek aan Belgische vertegenwoordiging in …., zou een terugkeer naar ….. verzoekster bovendien met de grootste waarschijnlijkheid geen visum opleveren, of haar minstens een onredelijk en onaanvaardbaar lange periode van haar zoon scheiden.
 
Om de hierboven uiteengezette redenen blijkt duidelijk dat een terugkeer naar haar land van herkomst voor verzoekster een inbreuk zou betekenen, niet enkel op artikel 3 van het EVRM, dat een verbod op foltering en onmenselijke behandeling inhoudt, of mogelijks zelfs op artikel 2 van het EVRM, dat het recht op leven beschermt, maar eveneens een inbreuk betekenen op artikel 8 van het EVRM, dat het gezinsleven beschermt.

Ook om deze redenen meent verzoekster gerechtigd te zijn op een verblijfsmachtiging voor België.


Besluit


Om al de in voorliggend verzoekschrift uiteengezette redenen meent verzoekster in aanmerking te komen voor de toepassing van artikel 9bis van de Vreemdelingenwet.

Verzoekster vraagt U dan ook, Mijnheer de Minister, haar onbeperkt tot verblijf in België te machtigen en haar in het bezit te stellen van een bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister voor onbeperkte duur.




Met de meeste hoogachting,

Namens verzoekster,
Haar raadsman,












Inventaris der stukken in bijlage:

© Copyright Ward Van Loo & Partners. All Rights Reserved.
XHTML CSS